Over de hooi kwaliteit is vaak discussie. Het hooi is te geel, te groen, te kort, te dun, te stoffig, het is eigenlijk nooit goed. Omdat we steeds beter weten wat paarden nodig hebben en daarmee ook de kwaliteit van het hooi een stempel kunnen geven, zelfs met analyseresultaten, komt het er vaak op neer dat het hooi net niet goed genoeg is. Je zoekt bijvoorbeeld grofstengelig hooi met een gemiddeld eiwitgehalte en weinig suiker, maar je vindt zacht hooi met veel eiwit en weinig suiker. Kan je dat dan wel gebruiken?
Kwaliteit
De hooi kwaliteit kan op verschillende manieren worden uitgedrukt. Je hebt kwaliteit in de zin van meer of minder energie en eiwit. Dus een rijke of een arme kwaliteit. En je hebt kwaliteit in de zin van gezond om minder gezond hooi. Hooi met schimmel of hooi met veel zand of onkruiden erin heeft een lage of zelfs slechte kwaliteit. Het zal duidelijk zijn dat wat dit laatste betreft je altijd voor een gezonde kwaliteit kiest. Maar het kan zijn dat tijdens de opslag het hooi stoffig of zelfs schimmelig wordt. Dan moet je de keuze maken of je dit nog wel of niet kan voeren. De keuze in voederwaardekwaliteit is niet voor elk paard gelijk. Wat voor de een dus een goede of geschikt hooi is, is voor de ander ongeschikt. Er is dus nooit sprake van één soort goede kwaliteit hooi.
Keuze maken
Bij het zoeken naar een partij hooi maak je een lijstje met criteria waar het hooi aan moet voldoen. Eén van de belangrijkste is dat het hooi goed droog moet zijn en weinig stof bevat. Niet volledig droog hooi heeft een grote kans om beschimmeld te raken. Als je zelf gaat kijken kan je het hooi het beste beoordelen. Je kijkt naar de stengeldikte en lengte, de hoeveelheid bladrijk materiaal, de kleur en je ruikt eraan.Je schudt het eens uit om te kijken hoeveel stof eruit komt. Je vraagt waar het vandaan komt en of het weiland goed onderhouden wordt, of het wel of geen, of weinig of veel, bemesting heeft gehad. In veel gevallen zal je op basis van deze kennis een keuze moeten maken.
Analyse
Als je geluk hebt, is er al een ruwvoeranalyse gedaan. De energie- en eiwitwaarden zeggen je of dit past bij wat jouw paard nodig heeft. Het suikergehalte is voldoende laag of niet al te hoog. Ook dit is per paard verschillend wat mogelijk is of wat een risico kan zijn voor hoefbevangenheid. Let op dat de analyse wel van deze partij is en niet een soort gemiddelde waarden van meerdere partijen. En wil je zelf nog een analyse laten maken, zorg er dan voor dat je een representatief monster neemt. Niet vanuit één baal en één plek een handje hooi pakken dus. Bij grote partijen kan het beter zijn dit door officiële monsternemers te laten doen. Die hebben apparatuur om meerdere balen te bemonsteren en zo een beter beeld van het totaal te geven.
Het past niet – wat dan?
Heb je hele strenge eisen aan de hooi kwaliteit dan is de kans dat je dit vindt erg klein. Soms moet je consessies doen en hooi kiezen wat niet helemaal overeenkomt met de behoefte van je paard. Gelukkig is daar wel vaak een mouw aan te passen.
Het hooi bevat te veel energie
In plaats van langstengelig hard hooi, heb je fijn en zacht hooi gevonden. Voor paarden die makkelijk te dik worden, niet de eerste keuze. Je kan het beperkt voeren en in een wat strenger (kleinere mazen) hooinet geven. Maar het mag niet leiden tot te weinig eet- of kauwtijd. Door een deel graszaadhooi of stro als ruwvoer te geven, kan het paard wel voldoende kauwen, maar krijgt hij toch minder energie binnen.
Het hooi bevat te weinig eiwit
Dit kan je oplossen met eiwitrijk voer. Let daarbij op dat je dan ook meer energie geeft. Wat kan betekenen dat je minder hooi moet gaan voeren. Luzerne is een eiwitrijk ruwvoer. Zo geef je én voldoende vezels én eiwit. Dit kan een deel van het hooi vervangen.

Het hooi is te suikerrijk
Door het hooi in water te weken is een deel van het suiker uit te spoelen. Hoe goed dit gaat is afhankelijk van de tijd die het hooi in het water ligt, maar ook van de hardheid van de stengels. Langdurig in water weken kan de kwaliteit van het hooi aantasten. De snelle bacteriegroei in het water zorgt voor hooi dat mogelijk verteringsklachten of slappe mest kan geven. Bij hoge suikergehalten zal het niet zo zijn dat al het suiker verdwijnt. Maar is het suiker net iets te hoog (bijvoorbeeld 120 in plaats van 100 g/kg ds), dan kan het wel helpen. En, heel belangrijk, niet elk paard heeft hooi nodig met een suikergehalten van minder dan 100 g/kg ds. Dit geldt alleen voor paarden met insulinedysregulatie.
Het hooi is te stoffig
Stof in het hooi kan komen doordat bij de productie te laag is gemaaid of geschud en er meer zand is meegenomen. Ook tijdens de opslag stijgt het stofaandeel, zeker in een stoffige omgeving en bij een slechte ventilatie. Stof kan ook schimmels bevatten. Zowel stof als schimmels zorgen voor hoestklachten. Astma bij paarden is bij uitstek een gevolg van stoffig en schimmelig hooi en een slechte ventilatie in de stal. In water weken of met water besproeien is meestal onvoldoende effectief. Zeker voor de schimmels die erin zitten. De schimmels produceren toxinen, waar het paard allergisch voor kan worden. Dan is er maar een remedie en dat is het hooi stomen.
Hooi stomen

Een goede manier om hooi veilig te voeren aan paarden met luchtwegklachten (of ter voorkoming van) is om het hooi te stomen. Water koken en de stoom door het hooi laten trekken zorgt voor een verhitting van 100 graden die nodig is om de schimmeltoxinen onschadelijk te maken. Om dit te bereiken is een goed systeem nodig zodat zowel de temperatuur hoog genoeg wordt als de tijd met een hoge temperatuur lang genoeg is. Zelf een behangstomer aansluiten op een kliko met hooi is niet gegarandeerd voldoende. Alhoewel het principe wel hetzelfde is. Maar de bak moet goed afsluitbaar zijn en het stoom moet volledig en goed verdeeld door al het hooi heentrekken (hooistomer.nl). Gestoomd hooi is een dag lang te voeren en de paarden vinden het vaak héérlijk! Het kan ook prima in een slowfeeder of hooinet. Let op: Stomen is niet de manier om suikers in het hooi te verlagen.
Voorraadbeheer
Het is niet handig om elke maand een andere partij hooi te voeren. Ook al lijkt het op elkaar, zelfs in de analyse uitslag, voor wat gevoelige paarden kan het toch een oorzaak zijn van koliek of mestveranderingen. Heb je weinig opslagruimte maak dan een afspraak of met je hooileverancier of elders om hooi op te slaan. Langer van dezelfde partij voeren heeft ook als voordeel dat je minder vaak een ruwvoeranalyse hoeft te laten maken.
Tot slot
Laat je niet gek maken. Veel paardeneigenaren zoeken het beste hooi voor hun paard en zijn nergens tevreden mee. Deze zorg slaat een beetje door. Blijf praktisch nadenken. Pas het rantsoen aan bij een andere kwaliteit dan gewenst. Natuurlijk is het hooi de basis van alles, het is en blijft een natuurproduct. Je paard is in staat om met wat variatie om te gaan, zolang je dit maar in een geleidelijke schaal voorschotelt.
Ben je toch niet helemaal zeker of wil je de analyse eens bespreken? Dat kan heel eenvoudig met een telefonisch consult. Nadat je de aanvraag hebt gedaan, ontvang je een bevestiging van de afspraak met het verzoek of, als er een ruwvoeranalyse aanwezig is, dit even door te sturen. Zo’n gesprek kan je geruststellen en duidelijke handvaten opleveren om verder te gaan.


